Wettelijke handelsrente berekenen bij een zakelijke factuur
Wat is de wettelijke handelsrente in Nederland, wanneer gaat de rente in en wat mag je als ondernemer in rekening brengen bij een openstaande B2B-factuur?
Wanneer een zakelijke klant een factuur niet op tijd betaalt, ontstaat volgens de Nederlandse wet van rechtswege recht op rente en vergoeding van kosten. Dit heet de wettelijke handelsrente. Dit artikel behandelt handelsovereenkomsten tussen ondernemingen (B2B). Voor handelstransacties met overheidsinstanties bevat artikel 6:119b BW afzonderlijke regels.
In dit artikel zetten we de wettelijke uitgangspunten op een rij: wanneer de rente ingaat, hoe het percentage wordt bepaald en welke vergoeding voor buitengerechtelijke kosten geldt.
Wanneer gaat de handelsrente in?
Op grond van artikel 6:119a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de schuldenaar wettelijke handelsrente verschuldigd met ingang van de dag volgend op de overeengekomen uiterste betaaldag.
Is er een uiterste betaaldag overeengekomen, dan is in beginsel vanaf de volgende dag handelsrente verschuldigd (artikel 6:119a lid 1 BW). Een termijn die je eenzijdig op de factuur zet, is niet zonder meer een overeengekomen termijn. Er is dan geen nadere ingebrekestelling of aanmaning vereist om aanspraak te kunnen maken op de rente.
Is er geen uiterste betaaldag overeengekomen? Dan geldt in beginsel de wettelijke termijn van 30 dagen vanaf de dag na ontvangst van de factuur (artikel 6:119a lid 2 BW). Is die ontvangst onzeker, komt de factuur vóór de prestatie of is een aanvaardings- of controleprocedure afgesproken, dan kan de wettelijke startdatum anders zijn. Controleer daarom ook de leverings- en ontvangstdatum.
Hoe wordt het rentepercentage vastgesteld?
De wettelijke handelsrente is gekoppeld aan de herfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank (ECB), vermeerderd met 8 procentpunten (artikel 6:120 lid 2 BW).
De rentevoet wordt halfjaarlijks opnieuw vastgesteld op basis van de meest recente ECB-rente vóór 1 januari en 1 juli van elk kalenderjaar:
- Eerste helft van het jaar: geldend van 1 januari tot en met 30 juni.
- Tweede helft van het jaar: geldend van 1 juli tot en met 31 december.
Omdat de rente per halfjaar kan variëren, bereken je over elke periode het tarief dat in dat specifieke halfjaar van toepassing was. De rente die na afloop van een heel jaar verschuldigd is, wordt op grond van artikel 6:119a lid 3 BW telkens met de hoofdsom samengesteld.
Rekenvoorbeeld met een fictief percentage
Stel: 1.000 euro hoofdsom, 30 rentedagen in een jaar van 365 dagen en een fictieve jaarrente van 10%. Zonder tussentijdse betaling is de berekening:
| Onderdeel | Waarde |
|---|---|
| Hoofdsom | 1.000 euro |
| Fictieve jaarrente | 10% |
| Rentedagen | 30 |
| Berekening | 1.000 × 0,10 × 30 / 365 |
| Rente, afgerond | 8,22 euro |
De 10% is alleen een rekenvoorbeeld, niet het actuele tarief. Gebruik het toepasselijke tarief en splits de periode bij een rentewijziging of deelbetaling. Controleer ook de gekozen dagtelmethode en eventuele jaarlijkse rente-op-rente.
Buitengerechtelijke incassokosten in B2B
Naast rente heeft een zakelijke schuldeiser bij vertraging recht op vergoeding van de kosten die gemaakt worden om de vordering buiten rechte te innen (artikel 6:96 BW).
Voor handelsovereenkomsten tussen ondernemingen geldt op grond van artikel 6:96 lid 4 BW:
- Zodra de betalingstermijn is verstreken, is de schuldenaar zonder nadere aanmaning een vaste vergoeding van ten minste 40 euro verschuldigd voor administratie- en opvolgingskosten.
- Van deze minimumvergoeding van 40 euro kan niet ten nadele van de schuldeiser worden afgeweken.
- Zijn de redelijke invorderingskosten hoger dan 40 euro, dan kan het meerdere worden gevorderd. Tel dezelfde kosten niet nog eens boven op de vaste vergoeding.
_Let op:_ De zogenoemde 14-dagenbrief (de verplichte kosteloze aanmaning met een termijn van 14 dagen) geldt uitsluitend bij vorderingen op consumenten (artikel 6:96 lid 6 BW). Tussen bedrijven onderling is een 14-dagenbrief niet wettelijk verplicht om de incassokosten te mogen vorderen, al is een zakelijke en tijdige herinnering in de praktijk vaak de snelste weg naar betaling.
Verjaringstermijn van facturen
Een rechtsvordering tot betaling van een factuur verjaart op grond van artikel 3:307 BW door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden.
Door tijdig een schriftelijke herinnering of aanmaning te sturen waarin je je ondubbelzinnig het recht op betaling voorbehoudt, wordt de verjaring gestuit en begint er een nieuwe termijn van vijf jaar te lopen (artikel 3:317 BW).