Fatale termijn op een zakelijke factuur: wat zijn de gevolgen?
Wanneer geldt een betalingstermijn tussen bedrijven als fatale termijn onder artikel 6:83 BW en artikel 6:119a BW, en wanneer is een aanmaning vereist?
Op vrijwel elke zakelijke factuur staat een uiterste betaaldatum, zoals betaling binnen 14 of 30 dagen. Toch leidt het verstrijken van een datum op een factuur niet in elke situatie op dezelfde manier tot verzuim. In het Nederlandse verbintenissenrecht hangt het rechtsgevolg af van de vraag of partijen een termijn zijn overeengekomen of dat de wettelijke regeling voor handelsovereenkomsten terugvalt op de standaardtermijn van 30 dagen.
Opeisbaarheid en verzuim onder artikel 6:81 tot en met 6:83 BW
Volgens artikel 6:81 van het Burgerlijk Wetboek (BW) verkeert een schuldenaar in verzuim gedurende de tijd dat de prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden en aan de eisen van artikel 6:82 of 6:83 BW is voldaan, behalve voor zover de vertraging niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend.
De hoofdregel in artikel 6:82 lid 1 BW houdt in dat verzuim pas intreedt na een schriftelijke ingebrekestelling waarbij de schuldenaar een redelijke termijn voor de nakoming krijgt. Daarop maakt artikel 6:83 aanhef en onder a BW een belangrijke uitzondering: verzuim treedt zonder ingebrekestelling in wanneer een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft. Zo'n overeengekomen uiterste betaaldatum wordt in de praktijk een fatale termijn genoemd.
Een termijn op de factuur versus een overeengekomen termijn
Een veelgemaakte denkfout is dat een eenzijdig op de factuur afgedrukte betalingstermijn van bijvoorbeeld 14 dagen automatisch geldt als overeengekomen fatale termijn in de zin van artikel 6:83 sub a BW. Een factuur wordt immers pas na het sluiten van de overeenkomst verstuurd.
- Contractueel overeengekomen betaaltermijn: staat de betalingstermijn van bijvoorbeeld 14 of 30 dagen in de ondertekende offerte, de opdrachtbevestiging of toepasselijke algemene voorwaarden die voor of bij het sluiten van het contract zijn aanvaard, dan is sprake van een overeengekomen uiterste betaaldag. Na afloop van die dag treedt verzuim zonder nadere aanmaning in.
- Geen termijn afgesproken in het contract: hebben partijen vooraf geen uiterste dag van betaling afgesproken en vermeldt alleen de latere factuur een kortere termijn, dan schept die enkele factuurvermelding op zichzelf nog geen kortere contractuele termijn. Voor zakelijke handelsovereenkomsten voorziet de wet in dat geval in een eigen wettelijke regeling van 30 dagen.
Hoe artikel 6:119a BW werkt bij handelsovereenkomsten
Voor handelsovereenkomsten tussen ondernemingen (natuurlijke personen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf of rechtspersonen) bevat artikel 6:119a BW een zelfstandige regeling voor de wettelijke handelsrente:
- Overeengekomen uiterste betaaldag (artikel 6:119a lid 1 BW): is een uiterste dag van betaling overeengekomen, dan is de wettelijke handelsrente verschuldigd vanaf de dag volgend op die uiterste betaaldag tot en met de dag van betaling.
- Wettelijke vangnettermijn van 30 dagen (artikel 6:119a lid 2 BW): is geen uiterste dag van betaling overeengekomen, dan is de wettelijke handelsrente van rechtswege verschuldigd vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag volgend op ontvangst van de factuur. Staat de ontvangstdatum van de factuur niet vast of ontving de afnemer de factuur vóór de prestatie, dan telt de termijn van 30 dagen vanaf de dag na ontvangst van de prestatie (of na afloop van een overeengekomen termijn voor keuring of aanvaarding onder lid 2 sub c).
Daarmee loopt de wettelijke handelsrente bij een zakelijke vordering na het verstrijken van de overeengekomen betaaldag of na de wettelijke termijn van 30 dagen van rechtswege, zonder dat eerst een aanmaning vereist is. Hetzelfde geldt volgens artikel 6:96 lid 4 BW voor de standaardvergoeding van ten minste 40 euro voor buitengerechtelijke kosten: ook dat bedrag is zonder aanmaning verschuldigd vanaf de dag na het verstrijken van de wettelijke of overeengekomen uiterste betaaldag.
Wettelijke grenzen aan lange betalingstermijnen (30 en 60 dagen)
Partijen zijn in het zakelijke verkeer niet onbeperkt vrij om lange betalingstermijnen af te spreken. De artikelen 6:119a en 6:119b BW stellen vier belangrijke grenzen:
- Maximale keuringstermijn van 30 dagen (lid 4): een termijn waarbinnen de afnemer de prestatie beoordeelt of aanvaardt bedraagt ten hoogste 30 dagen vanaf ontvangst van de prestatie, tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen en niet kennelijk onbillijk jegens de schuldeiser.
- Hoofdregel tussen bedrijven van maximaal 60 dagen (lid 5): partijen kunnen een betaaltermijn van ten hoogste 60 dagen afspreken. Een termijn langer dan 60 dagen is alleen geldig als deze uitdrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen en niet kennelijk onbillijk is jegens de schuldeiser.
- Grootbedrijf als schuldenaar tegenover mkb als schuldeiser (lid 6): wanneer een grote onderneming (die niet voldoet aan ten minste twee van de grensbedragen uit artikel 2:397 lid 1 en 2 BW voor middelgrote rechtspersonen) inkoopt bij een mkb-onderneming of zelfstandige, mogen partijen geen betalingstermijn van meer dan 30 dagen overeenkomen. Een beding dat deze grens van 30 dagen overschrijdt, is op grond van artikel 6:119a lid 6 BW nietig; in dat geval geldt van rechtswege de wettelijke termijn van 30 dagen.
- Overheidsinstanties als schuldenaar: voor handelsovereenkomsten met overheidsinstanties geldt op grond van artikel 6:119b lid 5 BW een wettelijke termijn van uiterlijk 30 dagen, waarvan slechts in uitzonderlijke, objectief gerechtvaardigde gevallen tot maximaal 60 dagen kan worden afgeweken.
Praktische checklist voor jouw offerte en facturatie
Wil je dat een kortere betalingstermijn (zoals 14 dagen) daadwerkelijk als overeengekomen fatale termijn werkt en dat er geen discussie ontstaat over de aanvangsdatum van rente en kosten, controleer dan de volgende punten:
- Leg de uiterste betalingstermijn vast in de offerte, de hoofdovereenkomst of de aanvaarde algemene voorwaarden, en niet uitsluitend op de factuur achteraf.
- Vermeld op de factuur zowel de factuurdatum als de exacte vervaldatum (bijvoorbeeld een concrete kalenderdatum in plaats van alleen een aantal dagen).
- Bewaar het verzend- en ontvangstbewijs van de factuur en het bewijs van oplevering of aflevering van de prestatie, zodat de start van de 30-dagentermijn onder artikel 6:119a lid 2 BW aantoonbaar is.
- Controleer bij grote zakelijke opdrachtgevers of een voorgestelde termijn boven 30 dagen nietig is op grond van artikel 6:119a lid 6 BW.
- Stuur bij andere tekortkomingen dan geldvorderingen onder een handelsovereenkomst, of bij twijfel of een termijn vooraf contractueel is overeengekomen, voor de zekerheid een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke nalevingstermijn volgens artikel 6:82 lid 1 BW.
Geverifieerde bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, Artikel 81 — Verzuim van de schuldenaar
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, Artikel 82 — Ingebrekestelling
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, Artikel 83 — Verzuim zonder ingebrekestelling
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, Artikel 119a — Wettelijke handelsrente en betalingstermijnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, Artikel 96 — Vermogensschade en buitengerechtelijke kosten